Testimonial

‘Religies zouden juist bruggen tussen gemeenschappen moeten slaan’
Arjen Buitelaar

Su-Shi

De interreligieuze dialoog in Nederland leeft, er zijn prachtige initiatieven van het kopje koffie tussen moskee, kerk en synagoge in dezelfde wijk, tot diepgaande briefwisselingen en gesprekken. Dat is prachtig, maar ondertussen verketteren moslimgemeenschappen elkaar om de kleinste dingen. Terwijl religies juist bruggen tussen gemeenschappen zouden moeten slaan, bouwen in plaats daarvan verschillende moslims hun eigen burcht waarin ze zich afsluiten. Het was zo belangrijk daarmee aan de slag te gaan, en dat is mijn drijfveer achter Su-Shi.

Zo’n anderhalf jaar geleden kwamen we voor het eerst bijeen met acht mensen. Een initiatief dat geboren werd omdat ik Anne in een radiogesprek over de inname van Mosul door ISIS hoorde zeggen dat sjiieten en soennieten niet zo heel veel van elkaar verschillen maar de kleine verschilletjes het toch onmogelijk maken om -en ik citeer- ‘bij elkaar te komen voor een iftar’. Dat kon en moest anders zo was mijn overtuiging en dus zocht ik daarop contact met haar en kwam dit idee tot stand. Anderhalf jaar geleden dus met acht mensen, en kijk nu eens wat er in dit jaar is gebeurd. We zijn hier niet meer in een huiskamer maar met 30, 40, 50 mensen met verschillende achtergronden: verschillende etniciteiten, verschillende religieuze stromingen, en mogelijk zelfs verschillende religies. Maar allemaal, stuk voor stuk begaan met een samenleving die voor iedereen is.

Abdulaziz Sachedina stelt dat ‘[t]he role of religion in building bridges between communities is under greater scrutiny today than it was in the 1970s and 1980s.’ Hij betoogt dat globalisering, technologische vooruitgang en uiteraard de permanente vestiging van aanzienlijke migrantengemeenschappen wereldwijd de uitdaging met zich meegebracht hebben dat we enerzijds met maatschappijen te maken hebben die verschillende levensopvattingen de ruimte bieden, terwijl we anderzijds met -voornamelijk bij de abrahamitische religies- godsdiensten te maken hebben die opvattingen hebben die degenen die niet tot dezelfde religieuze groep behoren buitensluiten.¹ Dat is problematisch, ook voor de buitensluitende groep zelf omdat wanneer een groep zich afsluit van anderen, zij door die anderen ook buitengesloten zullen worden. Wanneer groepen zich terugtrekken in hun eigen gemeenschap maken ze automatisch op een andere manier (of zelfs helemaal niet) deel uit van de bredere samenleving. Onbekend maakt onbemind.

Binnen jodendom is een niet-jood een goyim, net zoals binnen islam een niet-moslim een kafir is. En dat geeft de excessen binnen die religies de ruimte de opvatting leven te geven dat de bezittingen van deze mensen niet beschermd zijn of dat ze zelfs fysiek onrein zijn. Gelijk aan uitwerpselen, bloed, en dode lichamen. Zulke opvattingen maken leven binnen een maatschappij die een keur aan mensen in zich herbergt erg moeilijk, zo niet op sommige punten onmogelijk… Hoe kunnen we ons dat indenken? Dat je je ritueel zou moeten reinigen nadat een ander mens je heeft aangeraakt?

Over het algemeen echter, weten wij als moslimgemeenschappen ons wel een plekje te veroveren binnen de maatschappij met wederzijds respect naar de nabijgelegen kerkgemeenschappen en synagoges. Niet zelden laten we met graagte zien dat we open minded zijn door andere religieuze gemeenschappen te bezoeken, en een onderdeel van deze samenleving. Maar de spijtige ontwikkelingen in het Midden-Oosten van ruim genomen het afgelopen decennium brachten ook iets anders naar de oppervlakte. Sektarische haat groeide en leek zijn weerslag te hebben op delen van de moslimgemeenschappen in ons deel van de wereld. ‘De sjiitische opmars moet gestopt worden,’ riepen sommige sprekers in Nederland, ISIS wilde de invloed van de ‘majus’ die de ‘Perzische’ ‘rafidi’s’ hadden op het Midden-Oosten terugdringen en de kalifaten van weleer herstellen. In reactie daarop hebben sommige sjiieten ‘rafidi’ als geuzennaam aangenomen en verharden zich in hun houding naar soennieten en sjiieten die hun geloofsbroeders en -zusters een warm hart toe dragen…

Dat moet niet escaleren en mensen moeten elkaar hun ruimte gunnen vond ik, en met mij gelukkig nog meer mensen. Laten we samenkomen en met behoud van eigen identiteit de ontmoeting met elkaar aan gaan. De sluier tussen elkaars werelden weg nemen.

Volgens Allamah Tabataba’i, een van de grootste sjiitische exegeten van de afgelopen eeuw, en volgens Muhammad Assad, een van de belangrijkste soennitische exegeten van de afgelopen eeuw, doet het er niet toe welke prachtige titels we onszelf toeschrijven. Waar het om gaat is dat we in God en de Laatste Dag geloven en goede daden verrichten. Dat houdt met name in een goed mens te zijn naar andere mensen, en persoonlijke ontwikkeling in je spirituele relatie met God. Maar wat vergeten we dat vaak he, als ik naar mezelf kijk althans, om een goed mens te zijn? Wat zijn we veel bezig goede moslims te zijn en schuiven daarvoor het menszijn terzijde, wederom kijk ik naar mezelf en mezelf alleen, overigens zonder te willen beweren dat ik ook een goede moslim ben. In onze ontmoetingen zullen we in menszijn flink op de proef gesteld worden, met zoveel smaken en zoveel kleuren.

Laten we ons minder druk maken om de wijze waarop een ander eet, bidt, wast en vast. Laat de zoektocht naar God onze gedeelde noemer zijn. De een gaat te voet, de ander te paard. En hoe je ook gaat, al zet je één stapje in Gods richting, Hij belooft je dat Hij er tien naar jou zet. Wat voor God is dat? Die naar je toe rent zodra jij één stap richting Hem maakt. Onze innerlijke bewustwording is waar het om gaat, jezelf kennen is immers God kennen.

¹ Abdulaziz Sachedina, ‘The Qur’an and other religions,’ The Cambridge companion to the Qur’an (Cambridge, 2006) 291-309, 291)

Deze tekst is met de namen van respectievelijk deze site en de auteur gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationaal Licentie.